Legal punishment 1653 | Sententie van de saecke tusschen Hare Konincklijcke Hoocheydt de Princesse van Groot Bretagne, douariere van Orangie ende Hare Hoocheyt de princesse douariere van Orangie. z. pl., 1653, 8 pp. .
De uitspraak viel grotendeels in het voordeel van Amalia van Solms-Braunfels, de prinses-douarière van Oranje (weduwe van Frederik Hendrik), en beperkte de rechten van Maria Stuart, prinses van Groot-Brittannië (weduwe van Willem II). Amalia van Solms kreeg toegewezen: het beheer over een belangrijk deel van de Oranje-bezittingen, het gebruik van paleizen en residenties, het voorrangsrecht aan het hof, beslissende invloed over hofhouding en huishouding. Zij werd erkend als de centrale figuur binnen het Oranje-huis. Maria Stuart kreeg: een vastgestelde weduwenuitkering, recht op een eigen huishouding, maar geen zelfstandig beheer over de belangrijkste goederen. De uitspraak van 1653 gaf Amalia van Solms het overwicht binnen het Huis van Oranje en beperkte de politieke en financiële zelfstandigheid van Maria Stuart. Knuttel 7455. Uitspraak in zaak betreffende de 10000 pond sterling per jaar waar Mary Stuart, weduwe van prins Willem II recht op heeft. Samen met de keurvorst van Brandenburg en Amalia, de weduwe van Frederik Hendrik was zij voogdes over prins Willem III. Het is één van de belangrijkste vrouwelijke machtsconflicten in de Nederlandse vroegmoderne geschiedenis.