Pamphlet 1810 | Sententie uitgesprooken door de Hooge Vierschaar der Stad en Meijerije van ‘s Hertogenbosch, den 28-8-1810, ten lasten van Godfried Petka en Johan Gotlob Ernst Muller, en geexecuteerd den 21-2-1811. Hertogenbosch, C.L. Vieweg, [1811], 7 pp.
This sentence records the conviction and execution of Godfried Petka and Johan Gotlob Ernst Müller by the High Criminal Court of ’s-Hertogenbosch for repeated burglary and theft. It is notable as one of the last capital sentences issued under the old Brabant judicial system just before the full implementation of French Napoleonic legal reforms.
C2125 Blanco binding with handwritten text.
[NL] Petka, 25 jaar en geboren te Henzendorf in Saksen en J.G.E. Muller, 26 of 27 jaar, geboren in Bernau in Pruissen zijn beiden gedeserteerd uit het leger en te Wezel gearresteerd. Zij zijn te Maaseik gevangen gezet en zijn daar ontsnapt. Bedelend en stelend trokken zij rond, in de buurt van Eindhoven. Op de Gemeentes Dijk te Erp, lopende naar Veghel hebben zij een aldaar lopende man met messteken om het leven gebracht. Dit was Abraham van der Wagt, vorster te Dinther. Het tweetal kreeg de doodstraf.
SKU: 54739
€ 190,75 (€ 175,00 ex. btw)