Engelschen te Rome. Romantische episode uit de regering van paus Sixtus V. Amsterdam, P.R. Otto, 1839, [4] 2, 212; [4] 220 pp. [Complete set of 2 volumes]
Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint (Alkmaar, 16 september 1812 – Den Haag, 13 april 1886) was een van de belangrijkste Nederlandse romanschrijfsters van de negentiende eeuw en vooral beroemd om haar historische romans. Zij wordt algemeen beschouwd als een van de voornaamste vrouwelijke auteurs uit de Nederlandse literatuur van haar tijd. Zij werd geboren als Anna Louisa Geertruida Toussaint. Haar vader was apotheker en haar beide ouders stamden af van Franse protestantse vluchtelingen, de hugenoten. Van haar achtste tot haar achttiende woonde zij bij haar grootmoeder in Harlingen, waar zij zich onder andere in talen bekwaamde. In 1833 behaalde zij haar akte als schoolhouderes en werkte vervolgens enige tijd als gouvernante in Hoorn, maar haar werkelijke roeping bleek de literatuur te zijn.
In 1837 debuteerde zij met Almagro. Haar grote doorbraak kwam met historische romans als De graaf van Devonshire, De Engelschen te Rome en vooral Het Huis Lauernesse, een roman over de Reformatie die internationaal bekend werd en in verschillende Europese talen werd vertaald. Later schreef zij een belangrijke reeks romans over Robert Dudley, graaf van Leicester, en diens verblijf in de Nederlanden. Tot haar bekendste latere werken behoort Majoor Frans, waarin een onafhankelijke jonge vrouw centraal staat die door haar vader als jongen is opgevoed.
In 1851 trouwde zij met de bekende Haagse schilder Johannes Bosboom (1817–1891), waarna zij bekend werd als Bosboom-Toussaint. Het echtpaar woonde in Den Haag. Daar overleed zij in 1886.