Hoop Juniorszoon, Adriaan van der

Twaalf Daguerréotypen. Leiden, Jacob Hazenberg & Zoon, 1851.

8°: 13 [1] 76 pp. Op de titelpagina een steendruk door A. Blommers naar C.C.A. Last. Linnen. Lit.: Keller, Het servetje, herinnering aan Oefening kweekt kennis door Conviva; Koch, ‘Het ochtendgloren boven Kaapstad. Nederlandse rederijkers in Kaapstad’, in: Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans. 4 (1997) 2; Westers, Welsprekende burgers. Rederijkers in de negentiende eeuw (Nijmegen 2003); F & vd B p.370

De dichter Adriaan van der Hoop noemde zich altijd junior, vandaar het juniorszoon achter de naam van zijn eveneens dichtende zoon. Evenmin als zijn vader was hem een lang leven beschoren: hij overleed in 1863 op zijn 36ste, zijn vader was 39 jaar geworden. Zijn gedichten waren vooral populair bij de talloze rederijkerskamers die zich hoofdzakelijk bezig hielden met de voordracht van – andermans – poëzie. Even zag het er naar uit dat Van der Hoop, wiens rechtenstudie was mislukt, hoofdredacteur zou worden van het eerste Nederlandse rederijkersorgaan, maar uitgever Hazenberg kreeg het blad niet van de grond. In 1857 emigreerde de dichter naar Zuid-Afrika om er in Paarl in de Kaapkolonie als leraar aan het Hollands Gymnasium te gaan werken. Daar richtte hij in 1858 de rederijkerskamer 'Thespis' op, maar deze eerste rederijkerskamer van Zuid-Afrika heeft nog geen jaar bestaan: Van der Hoops terugkeer naar Nederland, eind 1858 of begin 1859, betekende tevens het einde van 'Thespis'. Frederiks & van den Branden: In het vaderl. teruggekeerd , bleek hij door ervaring niet wijzer of beter geworden te zijn, en overl. te Heusden 13 Febr. 1863. Gerard Keller vertelt in 'Het Servetje' wat er met Van der Hoop aan de hand was: hij was op het laatst zo aan de drank verslaafd dat hij een vers maakte voor een tientje en een glas jenever.

Incl. BTW  32,70

Excl. BTW  30,00

Artikelnummer: 8434 Categorieën: , ,

Download Catalog