[Ruus(s)cher, Mattheus de]

Dichtlievende verlustigingen, bestaende in veld- en stroomzangen, mengel- lof- en hekeldichten en toneel-poezy. Door Mr. M. d. R. onder de zinspreuk Meditando fulgens. Leiden, Cornelis van Hoogeveen Jr., 1762.

8º: * 8 A-Q 8, gepag.: [16] 256 pp. Op de titelpagina een gegraveerd vignet door N. van der Meer Jr., 1762. Negentiende-eeuwse linnen stempelband, op het schutblad met pen de handtekening van H.Tollens, goed exemplaar. Van Aken II, p.205; Van Doorninck I, 391 Van der Aa XVI, p.579; Witsen Geysbeek V, p.199

Mattheus de Ruus(s)cher, werd omstreeks 1690 in Hamburg geboren, kwam naar Nederland en studeerde rechten in Leiden. Zijn bibliotheek werd april 1745 geveild bij Samuel Luchtmans in Leiden, zodat hij waarschijnlijk in of kort voor dat jaar is overleden. Hij heeft letterkundige en juridische werken vertaald uit het Latijn, Engels en Duits. Deze ‘Dichtlievende verlustigingen’, die eerst na zijn dood zijn uitgegeven, bevatten oorspronkelijke gedichten en vertalingen uit het Frans, Italiaans en Spaans. Witsen Geysbeek: Al deze stukjes zijn vloeijend en zuiver van taal, sommigen, vooral de hekeldichten, geestig en piquant. De bundel bevat ook een kluchtspel, ‘De schipbreuk, of de lykstaatsie van Krispyn’, naar het Frans van Joseph de La Font, waarvan ook een vertaling bestaat door Jacob Elias Michielz (1730). Van Doorninck tekent bij zijn oplossing van M. d. R. aan: Ten onregte heeft men M. de Reuver uit de letters gelezen. Vervolgens maakt hij zelf een fout door de zinspreuk op de titelpagina als Meditando Fulgeris te vermelden. L3137

Incl. BTW  190,75

Excl. BTW  175,00

Artikelnummer: 17981 Categorieën: , ,

Download Catalog